Ga naar de inhoud
Home » Artikelen » Confirmation bias

Confirmation bias

De onverbeterlijke behoefte aan bevestiging

Als kind verbaasde ik me er al over dat ik, bij onenigheid met een vriendje, zo’n ander beeld van de werkelijkheid had dan dat vriendje. Of beter: dat hij zo’n ander beeld werkelijkheid had, terwijl ik het juiste beeld had.

Ik had namelijk voor de zekerheid mijn vader, mijn moeder en een heleboel vrienden en bekenden gevraagd wie er gelijk had, en iedereen was het erover eens dat ik dat had.*

Het vreemde was dat hij ongeveer hetzelfde had gedaan. Hij was er (ten onrechte natuurlijk, maar toch) van overtuigd dat iedereen juist hém gelijk gaf.

Daar zat een spanning. En ik had ook als tienjarige al een vervelend gevoel dat hier iets groots speelde, waar we nooit uit zouden komen, al was ik toen minder dan nu bereid het probleem evenveel bij mijzelf als bij anderen te zien.

Het verschijnsel heet in de cognitieve psychologie confirmation bias, de neiging om bevestiging te vinden.✝

Confirmation bias is verschrikkelijk sterk. Net als andere biases is deze in talloze experimenten ehm… bevestigd. Zie bijvoorbeeld dit persbericht over een hersenonderzoek, waaruit zou blijken dat confirmation bias al plaatsvindt op het niveau van eenvoudige visuele prikkels. Denk je eenmaal dat in een wolk van bewegende punten de punten globaal naar rechts bewegen, dan blijf je dat zien, al wordt de input zo gemanipuleerd dat ze objectief naar links gaan.

Bij strategische beslissingen moeten we rekening houden met het feit dat alle belanghebbenden aan een zekere mate van confirmation bias lijden. Ze hebben al een mening, en zullen daar niet eenvoudig af te brengen zijn. Worden ze geconfronteerd met de nadelen van hun mening, dan zullen ze die bagatelliseren en de voordelen nog eens benadrukken.

Dit zijn zeer menselijke neigingen, dus boos worden heeft geen zin. En overtuigen gaat waarschijnlijk niet werken.

Een mogelijke eerste stap om ondanks de confirmation bias van de verschillende tot het rationeel beste besluit te komen: erkennen dat er verschillende meningen zijn. En dan uit de verschillende meningen de beste destilleren.

Maar dat werkt alleen als jij als leider over je schaduw kan stappen en zelf niet naar bevestiging zoekt van jouw mening. En dat kan je waarschijnlijk niet – jij bent net zo gevoelig voor confirmation bias als iedereen.

Een slimmere techniek is: mensen niet om hun visie, oordeel of mening te vragen. Die is misschien helemaal niet interessant. Vaak kan je een stap dieper gaan, en iedereen om de voors en tegens vragen voor een bepaald voorstel. Dus niet om hun afgewogen oordeel – alleen om alles wat je in zo’n oordeel zou betrekken. Dat haalt de angel eruit.

Nog een mogelijkheid: die confirmation bias is vaak gebaseerd op analogie. We vormen een mening over een situatie op basis van gelijkenissen met eerder beleefde situaties. En daar blijven we dan in vastzitten.

Neem het bekende vooroordeel dat vrouwen niet goed auto kunnen rijden. Voor iemand (een man, laten we aannemen) die dat vooroordeel al heeft, wordt dat steeds verder versterkt wanneer hij een vrouw een fout in het verkeer ziet maken. Dit is confirmation bias in zijn zuiverste vorm. Bij elke autorit kijkt hij om zich heen met een speciaal oog voor vrouwen die fouten maken.

Wil je zo iemand overtuigen van zijn ongelijk, dan kan je natuurlijk met statistieken aankomen. Maar daar is hij immuun voor. Ze stroken immers niet met zijn waarneming!

Er zit dan niets anders op dan heel vaak te gaan wijzen op mannen die verkeersfouten maken. Benadruk het vooral: ‘Kijk, weer een kerel die door rood rijdt! Altijd mannen hè!’ ‘Rechts inhalen mag niet hè, maar daar is toch een man die het weer doet.’ En zo maar door. Een keer of dertig keer per uur moet haalbaar zijn, want mannen maken meer fouten in het verkeer. Daarom betalen ze ook hogere verzekeringspremies.

Je moet er zin in hebben. Je kan er ruzie door krijgen. Het kost tijd en energie, en succes is niet gegarandeerd. De techniek kan ook niet door de beugel als je gesteld bent op correcte argumentatie. Je bestrijdt immers anekdotes met anekdotes. Maar soms moet je pragmatisch zijn en doen wat werkt. En is iemand onredelijk, dan is een onredelijkheid als tegenwicht, mits met mate toegepast, misschien de beste remedie.

Dat verhaal over de base rate, waarin ik voorspelde dat Kamala Harris de Amerikaanse presidentsverkiezingen comfortabel zou winnen, was waarschijnlijk ook een voorbeeld van confirmation bias. De base rate gaat uit van soortgelijke gebeurtenissen, dus analogie. En ik was dik tevreden met wat ik aan analogie had. Waarom? Ik hoopte dat Harris zou winnen, ik verwachtte het ook werkelijk, en vond in de base rate een fijne rationalisering. Mijn behoefte aan bevestiging werd op verschillende punten geprikkeld. Daar was ik niet tegen bestand, ondanks het feit dat ik mijzelf graag als expert in biases zie! Niets menselijks is mij vreemd.

*OK, mijn moeder misschien niet. Er zijn moeders die hun zoons juist stelselmatig tegenspreken. Het effect daarvan is dat de zoon (in zijn onverbeterlijke behoefte aan bevestiging) het oordeel van zijn moeder stelselmatig gaat negeren, of simpelweg het tegendeel aanneemt. De confirmation bias wint altijd!

✝De bijdragers aan Wikipedia vertalen confirmation bias als bevestigingsvooroordeel, maar ik vind de Engelse term toch beter bekken. Ik vind dat het onderdeel bias niet goed te vertalen is en als leenwoord in het Nederlands moet worden opgenomen – we doen gekkere dingen. Dan kan het ook in combinaties worden gebruikt. Maar als ik dit stuk ‘Bevestigingsbias’ zou noemen, loop ik te veel op de troepen vooruit.