Met de Amerikaanse verkiezingen voor de deur word je om de oren gegooid met opiniepeilingen. Maar zijn opiniepeilingen de beste voorspellers van de uitslag?
Je zou denken van wel: de opiniepeilers weten wat ze doen, en als zij geen goede voorspelling kunnen doen, wie dan wel?
Maar er is zoiets als de basiskans, de base rate. Beleggingsspecialisten zeggen altijd dat resultaten in het verleden geen basis zijn voor kansen in de toekomst, maar dat moet je niet te letterlijk nemen. Resultaten in het verleden zeggen wel degelijk iets.
Maar eerst: waarom zouden opiniepeilingen niet betrouwbaar zijn?
Om te beginnen is het praktisch onmogelijk om een representatieve groep bij elkaar te vinden. Ooit had elk gezin een vaste telefoon, die ook werd opgenomen. Je vroeg als opiniepeiler naar de gezinssamenstelling en afhankelijk van wat je nog nodig had (jonge vrouw, oudere man?) om je groep compleet te krijgen, kreeg je iemand aan de telefoon die geduldig je vragen beantwoordde. Dat werkt niet meer. Andere tijden!
Maar stel, je krijgt je groep bij elkaar. Alle ondervraagden hebben een mening (inclusief ‘geen mening’ of ‘wil niet zeggen’). Maar het gaat om een verkiezing, dus vragen de peilers of de ondervraagden ook gaan stemmen. Dan is het echter goed mogelijk dat ondervraagden ‘ja’ zeggen, terwijl ze uiteindelijk niet stemmen. En meestal neigt die groep toch-maar-niet-stemmers in één richting: de ene partij lijdt er zwaarder onder dan de andere. Maar welke? Onzekerheid 1.
Het volgende probleem is dat ook een perfect willekeurig gekozen groep van (laten we zeggen) duizend ondervraagden nooit representatief is voor het electoraat. Daarom vragen opiniepeilers naar een groot aantal demografische gegevens. Ben je man, vrouw, jong, oud, zwart, wit, hoog opgeleid, laag opgeleid? Ook vragen ze op wie je bij de vorige verkiezingen hebt gestemd. Uit al die gegevens leiden ze af in hoeverre hun groep overeenstemt met het electoraat van de laatste verkiezingen. Onzekerheid 2.
En dan is er nog het enorme probleem dat we dan nog steeds niet weten wie er nú gaan stemmen. Veel commentatoren wijzen erop dat vrouwen massaal zullen gaan stemmen dit jaar, en dat dat gunstig voor Harris zal zijn. Maar hoe groot is het effect? Onzekerheid 3.
En o ja, mensen kunnen liegen. We zijn meer gepolariseerd dan vroeger, vertrouwen elkaar ook minder. Waarom de opiniepeiler de waarheid zeggen? Andere tijden, ik zei het al. Onzekerheid 4. En daar laat ik het even bij.
Voor al die onzekerheden worden wegingen toegepast. Is van de door jou ondervraagden een hoger percentage zwart? Dan weeg je de gevonden resultaten voor zwarte geïnterviewden minder zwaar mee. Is precies 50% vrouw, en verwacht je dat dit jaar maar liefst 55% van de stemmers vrouw zal zijn, dan weeg je het resultaat onder vrouwen juist zwaarder mee. Enzovoort. Elke opiniepeiler heeft zijn (geheime) formule.
Er zijn dus tal van redenen om de opiniepeilingen NIET te vertrouwen. Maar misschien kunnen we wel zonder?
Jazeker kunnen we dat, want we hebben de base rate. We weten hoe de verkiezingen de laatste keren zijn gegaan. Laten we vanaf die van 2000 kijken. Zes verkiezingen: 2000, 2004, 2008, 2012, 2016, 2020. Over de volgende data kunnen we het eens zijn:
- De verkiezingen waren allemaal close.
- Democraten wonnen drie keer, Republikeinen wonnen drie keer.
- Democraten wonnen vijf van de zes keer de popular vote
- Trump won één keer en verloor één keer
Hmmm, laten we dat laatste feit eens nader bekijken:
In 2016 was Trump een nieuwkomer die de boel op zou kunnen schudden. Hij werd niet echt serieus genomen, onder andere niet door zijn tegenstander, de impopulaire Hillary Clinton, die bijvoorbeeld zeer tot haar spijt tijdens haar campagne de staat Wisconsin niet bezocht, waar de boodschap van Trump aansloeg bij de blue collar workers daar.
In 2020 was de nieuwigheid van Trump af. De Democraten onderschatten hem niet meer en kwamen met Joe Biden, een kandidaat waar alleen de vaste basis van de Republikeinen iets op tegen had (beide partijen hebben een steeds sterkere basis van mensen die zich exclusief als Republikein of Democraat zien; deze grote groep laat zich niet meer verleiden op een andere partij te stemmen; vandaar ook de voorspelbaarheid van de uitslag in de meeste staten). Biden won redelijk comfortabel – hij won zelfs twee staten, Arizona en Georgia, die lange tijd buiten het bereik van de Democraten waren geweest.
En nog een gegeven: bij beide verkiezingen kwam Trump tot 47% van het totaal aantal uitgebrachte stemmen. Het lijkt erop dat dat zijn ‘plafond’ is.
Bekijken we het historisch in plaats van af te gaan op peilingen, dan lijkt het erop dat Trump alleen kan winnen als het ‘meezit’: hij won op een golf van populisme die in die jaren de wereld overspoelde, tegen de beste tegenstander die hij zich kon wensen. Want veel kiezers, ook onafhankelijke, hadden een hekel aan Clinton.
De base rate is dus: Trump verliest als zijn tegenstander niet impopulair is en geen fouten maakt.
Maakt Harris’ campagne fouten? Nee. Er is geen spoor van onderschatting van Trump. Harris komt overal, ze heeft een geweldige ground game om iedereen ook daadwerkeiljk naar de stembus te krijgen. Is ze impopulair? Nee. Het eerste enthousiasme is er misschien af, maar die rare dingen als ‘ze betaalt voor trans-operaties voor gevangen’ resoneren alleen bij de mensen die toch al niet op haar zouden stemmen. Ook de misogynie en het racisme lijken tot die harde kern van Trump-aanhangers beperkt te blijven. Ze doet in niets aan Hillary denken.
Je kan naar meer dingen kijken, waaronder de peilingen (al zijn die dan merkwaardig eenstemmig, wat methodologisch verdacht is), het feit dat de Democraten het impopulaire Republikeinse abortusbeleid aan de kaak stellen, en de endorsements van prominente anti-Trump Republikeinen als Liz Cheney.
Maar dat hoeft niet eens. Als je een sterke base rate hebt, en ik denk dat dat het geval is, moet je zoeken naar factoren die die base rate teniet kunnen doen. En die zie ik niet. Trump haalt bijvoorbeeld geen onafhankelijken over op hem te stemmen – hij probeert het niet eens.
Dus kortom, Harris moet gewoon winnen, en comfortabel ook.
Kijken naar de base rate is een soort ankeren. Je moet er daarom voorzichtig mee zijn. Voor je het weet kijk je niet verder dan je neus lang is. Maar daar staat tegenover dat als je niet naar de base rate kijkt, je veel speculatiever bent. We gaan het vannacht zien!