De originele outside view
Ik ken één bouwproject van heel dichtbij, namelijk de bouw van mijn eigen huis. We begonnen met een gedetailleerde begroting. Op aanraden van mensen die er verstand van hadden, namen we op alle onderdelen marges (afhankelijk van hoe zeker we ons voelden over dat specifieke onderdeel), en nog eens een marge over het geheel. We waren, kortom, goed voorbereid.
En inderdaad (u vermoedde dit al): het liep heel anders.
We overschreden op ongeveer elk deelgebied de kosten, we hadden toch nog hele onderdelen over het hoofd gezien, kregen met diefstal op de bouwplaats te maken, en met onderaannemers die weken of zelfs maanden later kwamen dan afgesproken terwijl de steigerhuur doorliep. We leenden bij en schrapten voorlopig de badkamer en de keuken – nu, vijf jaar later, leven we (overigens heel gelukkig) met noodoplossingen.
Had dit anders gekund?
Jazeker, al had het huis er dan waarschijnlijk heel uitgezien dan het er nu uitziet.
Wat we hadden kunnen doen is een bescheiden variant van reference class forecasting (RCF). Bij deze techniek vergelijk je jouw project met soortgelijke projecten. Cruciaal is dat je niet naar de details kijkt. Je stelt alleen de cruciale vragen: wat heeft het uiteindelijk gekost, en eventueel: hoe lang is erover gedaan?
In ons geval waren er meer dan genoeg referentieprojecten: er waren in het kader van de Amsterdamse zelfbouwregeling al honderden huizen gebouwd, waarvan tientallen in onze buurt. Natuurlijk, het zou een hele klus zijn geweest om al die zelfbouwers langs te gaan en ze om hun harde cijfers te vragen. Zouden ze willen meewerken? Zouden ze goed genoeg weten wat ze hadden uitgegeven? Zouden ze eerlijk zijn?
Maar het maken van een begroting op basis van tientallen offertes en de input van de architect en verschillende bouwers, zoals wij hadden gedaan, was ook veel werk. Het had alleen het enorme voordeel dat het lekker bekend was. Zo doe je dat toch? Wie gaat er nu al zijn buren vragen wat ze hebben betaald?
Maar stel, het was gelukt. Dan hadden we geweten wat de gemiddelde prijs per vierkante (of kubieke) meter is voor het bouwen van een huis op een gemeentekavel. Dan hadden we begrepen dat onze begroting veel te optimistisch was. Hoezo marges van 10%? Waarom niet 50%? Of nog meer? We zouden dan hebben besloten het heel anders te doen: onze architect opdracht te geven een huis te bouwen van zoveel vierkante meter als we ons volgens die analyse van de referentieprojecten hadden kunnen veroorloven.
Dan was ons huis kleiner geweest. Maar wel af!
Het is intussen onderzocht: reference class forecasting werkt heel goed. Vergeet dat elk project uniek is. Dat denken we maar. Je kunt gerust van een uniekheids-bias spreken: de denkfout dat we onszelf en dat waar we mee bezig zijn als volstrekt uniek beschouwen, en dat er daarom unieke regels voor gelden, die niet gelden voor anderen en andere projecten. Tsja.
Sterker nog: het is eigenlijk een heel goed idee om jouw project te vergelijken met projecten die er helemaal niet zo erg op lijken. Want als we zelf plannen zijn we ten prooi aan allerlei optimisme-gerelateerde biases: we schatten onze eigen deskundigheid te hoog in. We houden bij het plannen geen rekening met tegenslagen. We komen op een cijfer uit dat veel preciezer is dan we ooit waar kunnen maken.
Dat zijn allemaal lastige dingen om overheen te komen. Die blik van buiten is betrouwbaarder. Je kan je energie beter besteden aan het vinden van betrouwbare referentiecijfers dan aan het zelf begroten.
O, een heel ander interessant (wel wat technischer) stuk over reference class forecasting vind je hier! Het is op veel gebieden toepasbaar.